Wiens en wier


#1

Het is nu al een tijdje geleden dat ik de eerste vier boeken van Harry Potter in het Nederlands heb gelezen, maar ik vraag me nog steeds af, hoe het voor Nederlanders klinkt als iemand de woorden “wiens” of “wier” gebruikt. Als ik het niet mis heb, betekenen “wiens” en “wier” hetzelfde als “dessen” en “deren” in het Duits. Ik heb eens gelezen dat die woorden ouderwets zijn, maar in de Harry Potter boeken worden ze in sommige gevallen wel gebruikt en die boeken zijn immers nog vrij “jong”.

Mijn vraag is dus, of jullie “wiens” en “wier” in bepaalde gevallen wel zouden gebruiken of of jullie dat helemaal niet zouden doen. Voor mij lijken ze mooi en handig, maar dat komt waarschijnlijk doordat ik Duitser ben.:innocent:


#2

Hallo @lFilip, dat klopt: Das niederländische Wort wiens entspricht dem deutschen dessen und wier entspricht deren.

Wiens, also die männliche Form, kommt in der Praxis durchaus noch vor. Die weibliche Form wier gilt im heutigen Niederländischen tatsächlich als veraltend.

Eine gute Alternative zu wiens und wier ist die Konstruktion van wie:

de man, van wie (oder: wiens) fiets is gestolen, heeft aangifte gedaan bij de politie
de vrouw, van wie (oder: wier) fiets is gestolen …


#3

Heel erg bedankt voor je uitleg, Elsa. Zou jij persoonlijk steeds de voorkeur geven aan “van wie” of is er misschien ook en bepaalde situatie waarin je liever “wiens” zou gebruiken? Het lijkt me trouwens wel een beetje raar dat wiens blijkbaar vaker gebruikt wordt dan wier, want het zijn tenslotte min of meer dezelfde woorden (het enige verschil is het geslacht).


#4

Ik gebruik wiens en van wie allebei, Filip. Wiens is net een beetje “gehobener”.


#5

Persoonlijk mag ik in verhalen graag ‘wier’ en ‘wiens’ gebruiken. Het klinkt inderdaad wat ouderwets, maar ‘van wie de’ zijn drie losse woorden en dan ‘loopt’ een zin soms niet lekker.

Kijk maar:

‘Dat is de vrouw wier auto is gestolen’ of

‘Dat is de vrouw van wie de auto is gestolen’

‘Wier’ wordt steeds minder gebruikt, maar ‘wiens’ zal je nog wel tegenkomen. Het fungeert in het hedendaagse Nederlands als een algemeen verwijswoord.