Mich mir dich dir


#1

Hallo
Mijn moedertaal is Nederlands
Ik probeer weer mijn Duits weer op te pakken.
Ik heb zoveel moeite met het mich und mir en dich und dir
Wie kan mij hierbij helpen…is er een “ezelsbruggetje” ?


#2

Hier ist eine Eselsbrücke für dich: (mir oder mich)
Ich frage mich, wie mir das Kleid steht.

Wen (4. naamval) frage ich? Mich!
Wem (3. naamval) soll das Kleid stehen? Mir!


Peter1 geht zur Schule
#3

@Andrea1 Die Eselsbrücke finde ich gut. @Rene1964 Hier ein paar Sätze zum Üben. (Einfüllen und selber überprüfen)

https://www.schubert-verlag.de/aufgaben/uebungen_b1/b1_kap7_michundmir.htm

https://www.schubert-verlag.de/aufgaben/uebungen_b1/b1_kap3_michundmir.htm

Und hier noch weiterführende Übungen:
https://de.islcollective.com/resources/printables/worksheets_doc_docx/mir-mich/reflexivpronomen/87332


#4

Goedemorgen René,

Bedankt voor je goede vraag.

Als je vraagt naar “mich” en “mir”, heb je het over de grammaticale functie van deze woorden in de zin. Namelijk:

ich - onderwerp (eerste naamval)
mich - lijdend voorwerp (vierde naamval)
mir - meewerkend voorwerp (derde naamval)

Aan de grammatica ontkom je dus niet :slight_smile:

Hier op het forum heeft eerder @Kitty al een dergelijke vraag gesteld. Je wilt vast ook het wat uitgebreide antwoord daar even lezen. Klik maar op deze link:

We helpen je graag verder, dus laat het maar weten als je meer vragen hebt.

Hartelijke groeten


#5

Allemaal bedankt voor jullie antwoorden, ik ga maar eens aan de slag :grin:


#6

Hoi René, ja, persoonlijke voornaamwoorden zijn in het Duits best lastig. En ook al ken je de “rijtjes”, dan nog duurt het in de praktijk een tijdje voordat je ze min of meer automatisch toepast (ik spreek uit ervaring … ;))

In principe is het zoals @ralf en @andrea1 al zeiden: mich is de vierde naamval, dus het lijdend voorwerp en mir is de derde naamval, dus het meewerkend voorwerp. Maar vaak zijn er in het Duits vaste uitdrukkingen of combinaties waar het dan toch weer even net iets anders is.

Zomaar een paar voorbeelden:

Nederlands: je kunt (me) de boom in
Duits: du kannst mich mal … (gernhaben)

Nederlands: ik heb het koud
Duits: mir ist kalt


#7

Hoi René,

Eén kant-en-klaar ezelsbruggetje zou te gek zijn, ik vrees echter dat er een hoop werkwoorden en preposities zijn die je gewoon uit je hoofd moet leren.

Ich kenne dich.
Maar:
Ich glaube dir.

Der Brief ist für dich.
Maar:
Der Brief ist von mir.

Misschien kun je hier iets mee?

Groeten,

Ruth


#8

Hai, René,

Het is ook erg moeilijk, het is namelijk één van mijn ‘favoriete’ fouten. Ik heb echter een schitterend overzicht op internet gevonden, waar ongeveer voor 80% van alle mogelijke combinaties van alle naamvallen met voorzetsels in voorkomt. Langzamerhand begin ik de logica ervan te begrijpen. Helaas mag ik dat overzicht hier niet plaatsen in verband met kopierechten, maar ik heb het even op mijn blog gezet.

https://kittymadison.blogspot.nl/2017/11/naamvallen-overzicht.html

Met het voorbeeld van Andrea, zie ik aan de laatste letter van ‘wen’ of ‘wem’ met welke naamval ik te maken heb. De ‘n’ voor de 4e NV, en de ‘m’ voor de 3e NV. Dat zie je ook terug in ‘den’ (4e NV) en ‘dem’ (3e NV). Geldt ook voor de 1e NV: ‘wer’ waar de laatste letter een ‘r’ is, en dat zie je ook weer terug in ‘der’. [quote=“Ruth, post:7, topic:1715”]
Ich kenne dich.
Maar:
Ich glaube dir.

Der Brief ist für dich.
Maar:
Der Brief ist von mir.
[/quote]

In het voorbeeldje van Ruth moet je (helaas) de eerste twee uit het hoofd leren. De derde zin is eenvoudig: er staat ‘für’ voor, en die vind je terug in het vierde rijtje. 4e NV dus, en dan wordt het ‘dich’. (of ‘mich’)

De vierde zin is ook makkelijk. Er staat ‘von’ voor, en die vind je in het derde rijtje terug. 3e NV, dus ‘mir’.

Ik heb dus geen echte ezelsbrug, maar wel een lijstje die ik door veel te gebruiken bijna uit het hoofd ken.


#10

Dank je kitty…daar ben ik wel even zoet mee!


#12

Dank je Ruth