Diskussionsforum Niederländisch für Deutsche – Deutsch für Niederländer

Benamingen voor de paasdagen in het Nederlands en in het Duits


#1

Vandaag is er Witte Donderdag in de christelijke traditie. In het Duits zeg je Gründonnerstag. Er zijn verschillende theorieën over het ontstaan van deze benamingen. Hetzelfde geldt voor de Goede Vrijdag (Duits: Karfreitag). De paaszaterdag heet Karsamstag in het Duits, paaszondag is in beide talen gelijk (Ostersonntag) en de tweede paasdag is Ostermontag (hoewel je volgens mij ook in het Nederlands paasmaandag kunt zeggen) :rabbit::egg::egg::egg::dove:


Finde die Fehler im niederländischen Satz (für Anfänger)
#2

Interessant onderwerp, Oliver.

Paaszaterdag, Paaszondag, Tweede Paasdag

Officieel wordt Pasen met een hoofdletter geschreven, maar alle woorden die daarvan afgeleid zijn niet: eerste en tweede paasdag, paasdagen, paaszondag, …

Dus: Vrolijk Pasen of Prettige paasdagen.


#3

Bedankt voor de info Oliver. Nieuwe woorden voor de paasdagen inclusief Witte Donderdag en Goede Vrijdag. :hatching_chick::rabbit2:


#4

—> Vrijdag


#5

–> paasdagen


#6

Vrolijke Pasen. Frohe Ostern.


#7

Hier in Aken verkopen ze “Poschweck”, een lekker soort ambachtelijk paasstol.

“Posch” klinkt natuurlijk bijna als “Pasen” en op Wiki lees ik dat “Paschen” een oud woord voor “Ostern” is, oorspronkelijk afkomstig uit het Latijn:

Zo zie je maar weer dat we toch weer veel gemeenschappelijk hebben :slight_smile: